Bevoegdheid versus verplichting in Utrecht
In het bestuursrecht geldt het uitgangspunt van 'bevoegd maar niet verplicht' tot handhaven, zoals bevestigd in artikel 5:1 Awb. Utrechtse bestuursorganen, zoals de gemeente Utrecht en de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU), beschikken over discretionaire bevoegdheid, maar moeten beslissingen motiveren op basis van evenredigheid, zorgvuldigheid en lokale omstandigheden. Uitzonderingen gelden bij dwingendrechtelijke normen, bijvoorbeeld bij acuut gevaar voor de openbare gezondheid in drukke Utrechtse binnenstad of langs de grachten.
De Raad van State hanteert de 'integrale motiveringsplicht': het Utrechtse bestuur moet expliciet uitleggen waarom niet voor mildere maatregelen wordt gekozen, zoals waarschuwingen bij kleine overtredingen rond de Domtoren, of waarom handhaving achterwege blijft bij tijdelijke evenementen op het Vredenburg. Dit voorkomt passiviteit bij structurele overtredingen, zoals illegale Airbnb-verhuur in de binnenstad of parkeerovertredingen in wijk Kanaleneiland.
Grensgevallen in Utrechtse jurisprudentie
Bij kleine overtredingen, zoals tijdelijke bouwoverlast in poldergebieden, kan stilzitten gerechtvaardigd zijn, mits intern gedocumenteerd in lijn met het Utrechtse Handhavingsbeleid 2023. Bij herhaalde non-compliance, bijvoorbeeld bij geluidsoverlast uit horecazaken aan de Oudegracht, is handhaving verplicht. Recente jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2022:1234, specifiek over Utrechtse APV-overtredingen) benadrukt dat lokale beleidsregels geen vrijbrief zijn voor niet-handhaven.
Een overtreder kan afdwinging eisen via de bestuursrechter bij onrechtmatige handhaving of nalatigheid van de gemeente Utrecht. Dit evenwicht waarborgt zowel daadkrachtige handhaving in een groeiende stad als Utrecht als adequate rechtsbescherming voor inwoners en ondernemers.