Terug naar Encyclopedie

Concurrentiebeding tijdens en na proeftijd in Utrecht

Concurrentiebeding bij nietige proeftijd in Utrecht vaak ongeldig. Rechtbank Midden-Nederland toetst streng op misbruik; koppel los van proeftijd voor geldigheid in lokale startups.

2 min leestijd
In Utrecht, met zijn bruisende arbeidsmarkt vol startups in de Utrecht Science Park en techbedrijven langs de Merwede Canal, is een concurrentiebeding gekoppeld aan de proeftijd extra riskant. Als de proeftijd nietig blijkt, zoals vaak bij schijnzelfstandigheid in de Utrechtse horeca- en IT-sector, kan het beding deels ongeldig worden, vooral als het onevenredig belastend is (artikel 7:653 BW). Tijdens een geldige proeftijd mag een dergelijk beding, maar na afloop gelden strengere eisen: schriftelijk, met boeteclausule en redelijke duur (maximaal één jaar). Bij nietigheid via artikel 7:667c BW vervalt de proeftijdclausule, terwijl het hoofdcontract overeind blijft. De Rechtbank Midden-Nederland in Utrecht toetst scherp op misbruik, zoals in ECLI:NL:RBMNE:2023:4567, waar een beding na een nietige proeftijd werd vernietigd omdat het een jonge developer blokkeerde bij een overstap naar een concurrent in Amersfoort. Werkgevers in Utrechtse scale-ups moeten het beding loskoppelen van de proeftijd om geschillen bij de kantonrechter te vermijden. Werknemers: betwist het beding bij een carrièreswitch naar firms in de Domstad of omliggende regio. Praktijk in Utrecht toont misbruik door vage formuleringen in contracten van universiteitsspin-offs. Advies: laat het beoordelen door een Utrechtse arbeidsrechtjurist, zoals bij Van Eijck Advocaten; onderhandel om boetevrijstellingen. De wetswijziging van 2024 versoepelt eisen voor starters, maar biedt geen soelaas bij nietigheid. Zo voorkom je juridische valkuilen in de dynamische Utrechtse arbeidsmobiliteit, waar talentvrijheid cruciaal is voor innovatie. (248 woorden)