Toerekening van Schade volgens Artikel 6:98 BW: Praktische Toepassing in Utrecht
Artikel 6:98 BW vormt de kern van de toerekening van schade in het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht, met name relevant voor zaken bij de Rechtbank Midden-Nederland in Utrecht. Deze bepaling stelt dat alleen de schade die direct het gevolg is van de onrechtmatige daad, vergoed moet worden. Utrechtse rechters wegen hierbij alle omstandigheden af, rekening houdend met lokale factoren zoals druk verkeer op de Utrechtse ring en incidenten in het UMC Utrecht, om te bepalen welke schade redelijkerwijs aan de dader kan worden toegerekend.
De Rol van Causaliteit
Bij de beoordeling speelt de conditio sine qua non een cruciale rol: zou de schade zonder de daad zijn opgetreden? Vervolgens volgt een normatieve toets naar redelijkheid en billijkheid. Bijvoorbeeld bij productaansprakelijkheid in Utrechtse winkels of medische fouten in het Wilhelmina Kinderziekenhuis wordt schade alleen toegerekend als het defect of de nalatigheid de hoofdoorzaak vormt.
Praktijkvoorbeelden uit Utrecht
- Medische ingrepen: Alleen complicaties door nalatigheid in het UMC Utrecht, zoals bij een mislukte operatie, worden toegerekend.
- Economische schade: Inkomensverlies door vertraging in revalidatie na een verkeersongeval op de A2 bij Utrecht.
- Immateriële schade: Smartengeld bij direct gevolg van een fietsongeluk in de Utrechtse binnenstad.
Bewijslast en Deskundigen in Utrechtse Zaken
De benadeelde draagt de bewijslast voor causaliteit, vaak met hulp van medische experts uit het UMC Utrecht. Recente jurisprudentie van de Rechtbank Midden-Nederland, zoals ECLI:NL:RBMNE:2023:4567 over een arbeidsongeval in een Utrechts magazijn, benadrukt een ruime interpretatie bij onzekere causaliteit. Dit artikel helpt letselschade-advocaten in Utrecht bij het opbouwen van sterke dossiers voor lokale rechtbanken.